Leestips

Op deze pagina vind u een korte beschrijving van (nieuwe) boeken uit onze bibliotheek. Wij denken dat ze u zullen interesseren. Door lid te worden van onze bibliotheek zijn deze boeken bij ons te leen.

Goeroes en charisma

Het riskante pad van leraar en leerling
door André van der Braak, Altamira-Becht 2006

Filosoof, psycholoog én ervaringsdeskundige André van der Braak analyseert in dit boek wat de eigenschappen zijn van een goede leermeester en wat een gezonde relatie tussen goeroe en leerling kenmerkt. Hijzelf was van 1987 tot 1998 leerling van de Amerikaanse goeroe Andrew Cohen. Hierover schreef hij al eerder het boek ‘Enlightenment Blues’ (2003).

Van der Braak waarschuwt tegen blinde overgave en navolging van charismatische goeroes, die niet zelden narcistische trekjes hebben. Hij grijpt o.a. terug op Socrates, Plato en Nietzsche en op de begrippen ‘Eros’ en ‘Scepsis’. Eros bij Socrates betekent het ‘Verlangen naar het Goede’. Eros kan echter leiden tot blinde idealisering van de leermeester. Daarom moet het vergezeld gaan van ‘Scepsis’, wat gedefinieerd wordt als de kritische beschouwing van een onderzoekende geest. Socrates stelde zichzelf niet boven zijn leerlingen. Door zijn vraagstellingen liet hij zijn leerlingen zelf tot inzicht komen en hun eigen weg ontdekken. Volgens van der Braak kenmerkt de verhouding leraar-leerling bij Socrates zich door gelijkwaardigheid. Socrates neemt zijn leerlingen nooit hun vrijheid af, en ze worden niet verdoemd als ze zich van hem afkeren. Een goede goeroe bezit empathie en wil niet worden geïdealiseerd. Leermeesters als Zarathoestra en Nietzsche wilden niet, dat hun leerlingen hen volgden maar dat ze volledig zichzelf zouden worden.

Van der Braak besteedt een apart hoofdstuk aan de goeroe in het Boeddhisme. Hij benadrukt, dat in het Theravada Boeddhisme geen overgave aan de leraar wordt verlangd. Ook een goede zenmeester zorgt ervoor, dat de leerling zijn eigen antwoord vindt. Maar de auteur waarschuwt, dat ook in het Zen Boeddhisme en het Tibetaans Boeddhisme het idealiseren van de leraar verkeerd kan uitpakken. Devotie voor de leraar wordt vaak -impliciet of expliciet- aangewakkerd als een soort “brandstof voor transformatie” voor de leerling. Maar er zijn narcistische goeroes die ontsporen. Machtsmisbruik door zulke goeroes wordt dan vaak door de groep volgelingen -en aanvankelijk ook door de leerling zelf!- uitgelegd als “een poging het ego van de leerlingen te frustreren ten bate van hun verlichting”. In de slechts twee pagina’s die de auteur wijdt aan het Tibetaans Boeddhisme is hij niet erg positief. Hij is van mening, dat binnen het Tibetaans Boeddhisme de leraar erg veel gezag geniet. Hij haalt hierbij de schandalen rond Chögyam Trungpa (1940-1987) aan.

In zijn conclusie waarschuwt van der Braak voor een romantische idealisering van oosterse goeroes door westerlingen en geeft hij wenken waaraan de leerling een ‘gezonde’ goeroe kan herkennen. Duldt hij bijvoorbeeld tegenspraak? Hanteert hij een absoluut waarheidsbegrip? Is hij in staat tot ware empathie, warmte en vriendschap of doet hij geringschattend over persoonlijke, alledaagse dingen zoals het gezinsleven? De relatie tussen goeroe en leerling is ingewikkeld en vol valkuilen, maar een gezonde relatie is mogelijk. Zo’n relatie bestaat uit een schijnbaar tegenstrijdige balans tussen ‘Eros’ en ‘Scepsis’: “we moeten [de goeroe] hoog boven onszelf plaatsen en tegelijkertijd de competitie met hem aangaan. We moeten hem vereren en ontmaskeren”.

‘Goeroes en charisma’ is een interessant boek, dat je met beide benen op de grond houdt. Het is niet altijd even makkelijk te lezen vanwege de termen uit de psychologie en de klassieke oudheid die de schrijver veelvuldig gebruikt. Toch is de lijn van zijn betoog goed te volgen. Wie meer wil lezen over van der Braaks ervaringen met zijn voormalige leraar Andrew Cohen kan ‘Enlightenment Blues’ lezen (ook in onze bibliotheek – signatuur AAL-095). Overigens heeft van der Braak weer een nieuwe goeroe gevonden, de zenleraar Niko Tydeman.


Het hart van Boeddha’s leer

Van pijn en verdriet naar vreugde, inzicht en zelfkennis
Thich Nhat Hanh, 11e druk 2017

‘Boeddha was geen god, Hij was een mens zoals jij en ik, en hij leed zoals wij. Als we met een open hart naar de Boeddha toegaan, zal hij ons met ogen vol mededogen aankijken en zeggen: “Omdat er lijden in je hart is, kun je mijn hart binnengaan.” ‘– Thich Nhat Hanh

“De Vietnamese monnik, schrijver en vredesactivist Thich Nhat Hanh (1926)) heeft tientallen boeken over boeddhistische onderwerpen geschreven. Een van zijn meest toegankelijke werken is Het hart van Boeddha’s leer. In zorgvuldig gekozen bewoordingen behandelt hij de ware natuur van het lijden en de rol die lijden speelt in het scheppen van mededogen, liefde en vreugde: de pijlers van verlichting.”

Ervaring van een lezer

Het onderricht van Boeddha, de dharma, is een levensfilosofie. Daarom is de praktijk een persoonlijk en diep innerlijk pad, en dat vraagt tijd en ruimte.

Thich Nath Hahn weet de dharma, zodanig te beschrijven dat ik er zacht en open van word zodra ik dit boek opensla. Het hele boek heb ik daardoor in één adem uitgelezen. Nu lees ik het voor de tweede keer, soms een paar bladzijden, soms maar een paar regels. Steeds brengt mij dat een impuls voor rust en zachtheid. Zelfs vlak voor het slapen gaan. Ook de enkele illustraties in het boek zijn verrassend openend en eenvoudig, een plezier voor oog en hart. De woorden die Thich Nath Hahn er in de tekst aan geeft sluiten goed aan bij de tekeningen.

Het boek is gebaseerd op vier delen: de vier edele waarheden, het edele achtvoudige pad, andere fundamentele boeddhistische leringen en Soetra’s.  Elk deel biedt verschillende hoofdstukken, die elkaar opvolgen, maar ook weer apart te lezen zijn. Mensen die dharmalessen volgen kunnen dit werk van Thich Nath Hahn als verdiepend en verbredend ervaren, dat geldt in elk geval voor mijzelf. Voor wie zich werkelijk interesseert voor de boeddhistische levensfilosofie is dit boek een grote aanrader.

Nel Bartlema, November 2019


Jezelf, een weg naar vrijheid
Boeddhisme ontdekken met zenleraar Cuong Lu
door Paula van Liere, Asoka 2016

In dit boek beschrijft Paula van Liere haar ervaringen met de leer van de Vietnamese zenleraar Cuong Lu. Het centrale thema van het boek is, dat we geloven dat lijden en geluk niet samengaan en dat we ons daardoor steeds afwenden van het lijden. Ook proberen we geluk vast te houden. Maar vasthouden is een activiteit van het denken. Zowel lijden als geluk bestaan, doven weer uit, en ontstaan opnieuw. De uitdoving van geluk geeft ruimte voor de manifestatie van nieuw geluk. Volgens Cuong Lu is dat het pad: “we oefenen in het herkennen van waar geluk, geluk dat altijd nieuw is.” Zijn we bereid om iedere dag geluk te ontdekken?
In een toegankelijke stijl schrijft Paula van Liere over haar persoonlijke strijd, o.a. in de relatie met haar moeder, en over haar leerproces, waardoor zij uiteindelijk het lijden volledig kan toelaten en met compassie naar zichzelf kan kijken. In de tien hoofdstukken van haar boek gaat ze o.a. in op ‘ik’ en ‘geen-ik’, ‘manas en het opslagbewustzijn’ en op angst als uitdaging.

In het hoofdstuk over leegte citeert ze Cuong Lu. In tegenstelling tot de westerse angst voor het niets, ziet Cuon Lu leegte als “onze oorsprong, onze thuisbasis, en vol energie.” Leegte geeft ruimte om transformatie mogelijk te maken. Paula van Liere besluit haar boek met de opmerking dat je iedere dag kunt oefenen “door goed voor de leegte te zorgen, door de ruimte in jezelf aan te raken.” Dan komen we “in contact met onze aangeboren goedheid, mededogen, wijsheid en dankbaarheid. Het is altijd beschikbaar en het is wat de wereld het allermeeste nodig heeft.”
Met bronvermeldingen van de citaten van o.a. Thich Nhat Hanh, A.H. Almaas, Pema Chödrön, Toon Tellegen en René Gude, en vier bijlagen over o.a. aandachtsoefeningen en de hartsoetra.


Oneindig afscheid
Ouder worden in het licht van het Tibetaans Boeddhisme

De in Nederland geboren (1946) en getogen auteur, behaalde in de V.S. een MA-graad in Tibetaans-boeddhistische filosofie en psychologie. Als autoriteit op dit gebied werkt Arnaud Maitland in de Verenigde Staten reeds vijfentwintig jaar nauw samen met de Tibetaanse lama Tarthang Tulku, weet hij de lezer te treffen en te verheffen door zijn uitzonderlijk heldere stijl en een uitermate begaafdheid om moeilijke zaken compact en begrijpelijk neer te zetten
Oneindig afscheid is een troostrijk, inzichtelijk en ontroerend boek over vergankelijkheid en het daaruit voortkomende grote en kleine verdriet. Als een rode draad door het boek loopt het levensverhaal van een moeder, een gezonde gelukkige vrouw die op latere leeftijd de ziekte van Alzheimer krijg en haar laatste jaren sleet in een verpleeghuis slijt. Alle emoties die bij een dergelijke aftakeling loskomen, hulpeloosheid, schuldgevoelens, woede, onbegrip, machteloosheid en angst worden in dit boek belicht aan de hand van diverse principes en methodes die het Tibetaans boeddhisme rijk is.
Alles draait om het ontwikkelen van het bewustzijn, zodat we leren om te leven zonder spijt. Oneindig afscheid laat zien hoe we aan elke situatie een positieve wending kunnen geven, ook in tijden van ziekte en ouderdom. Het boek is een oproep aan de lezer een spirituele dimensie te geven en zo het einde met wijsheid en vertrouwen tegemoet te treden.
Arnoud Maitland, Altamira 2004.

Alzheimer, veel mensen worden hier in hun leven mee geconfronteerd. Het begint met vergeetachtigheid, later gevoelens van angst, eenzaamheid en het gevoel de grip op het leven te verliezen. Ook voor de familieleden die getuige zijn van de gestage achteruitgang is dit een ingrijpend gebeuren. Eerst is er de ontkenning, maar op een gegeven moment, de acceptatie. De manier waarop Maitland omgaat met de dementie van zijn moeder vanuit de boeddhistische denkwijze is vol empathie en mededogen. Een prachtig geschreven boek waar ieder die Alzheimer meemaakt in zijn naaste omgeving iets aan kan hebben.

Bep Quispel, Bibliotheekgroep


In de voetsporen van de Boeddha.

een inwijding in het boeddhisme in al zijn menselijkheid
Uitgegeven bij Altamira, druk 1 2006, 520 pagina’s

Thich Nhat Hanh.

“Als je de boeddha niet kunt zien als een menselijk wezen, maak je het jezelf lastig om dicht bij de Boeddha te komen.”

In de voetsporen van de Boeddha is een schitterende inleiding in het boeddhistische gedachtegoed, waarin het leven van de Boeddha wordt beschreven op basis van belangrijke historische bronnen.

Thich Nhat Hanh portretteert de Boedha niet als een godheid, maar als een man van vlees en bloed die veel obstakels moest overwinnen op zijn pad, ook binnen de kring van zijn eigen leerlingen.

Het is een dik boek maar het leest bijzonder makkelijk; het geeft een helder inzicht in het Boeddhisme, hoe het boeddhisme is ontstaan en wat de historische weg is die de Boeddha heeft bereisd met zijn Sangha.

Elk hoofdstuk is kort, maar met veel diepgang geschreven. Je ervaart dat Thich Nhat Hanh dit boek uit eigen ervaring heeft geschreven en er diep verbonden mee is. In eenvoudige taal wordt de dharma stof aan je geschonken, waar je over kunt mediteren, die je kunt overdenken en kunt integreren in je eigen leven.
Een aanrader voor wie tijd, aandacht en zin wil geven aan het eigen leven en dat van de anderen.

Gerda Hol