Korte impressie van Jataka 38:
De kraanvogel en de kreeft

De Bodhisattva geboren als Boomgod, woonde in een boom bij een lotusvijver. Ook was er een wat kleinere vijver waarin weinig water stond en veel vissen in leefden, in een tijd van droogte.
Een kraanvogel, die de vissen in hun ongezonde leefomgeving opmerkte, bood op listige wijze aan, om de vissen in zijn snavel naar de grote lotusvijver te vliegen.
De vissen verlangden vurig naar deze lotusvijver en stemden uiteindelijk toe.
Zo werden de vissen door de listige kraanvogel één voor één verslonden.
De graten liet de kraanvogel vallen aan de voet van de boom, waar de Bodhisattva in huisde.
Toen alle vissen opgegeten waren, was er bij de kleine vijver nog slechts een kreeft over.
Vanuit zijn begeerte probeerde de kraanvogel de kreeft te misleiden, zodat hij deze ook zou kunnen verslinden.
Maar de kreeft geloofde al zijn praatjes niet. Hij wilde echter wel naar de lotusvijver gebracht worden, alleen als hij de nek van de kraanvogel beet mocht pakken met zijn scharen.
De kraanvogel, niet beseffende dat hijzelf nu misleid werd, stemde toe.
Toen de kraanvogel de kreeft, net als de vissen in de boom bij de lotusvijver, wilde verslinden, kneep de kreeft met zijn scharen zijn keel toe.
“Mijn heer en meester, ik zal u niet opeten, schenk mij het leven.”, smeekte de kraanvogel.
Hij vloog toen met de kreeft naar de lotusvijver, waar hij de kreeft neer zette aan de waterkant.
Daar sneed de kreeft de keel af van de kraanvogel.De Bodhisattva in de boom bij de lotusvijver schonk de kreeft zijn bijval en liet het woud ruisen met zijn lieflijke stem.

 

Reacties van deelnemers:
Een bijzonder verhaal; eten en gegeten worden. Na uitleg zit er veel achter, diepere lagen. De Boomgeest geeft een duidelijk oordeel en ziet de kreeft als voorbeeld; de kraanvogel heeft geen zuivere intentie en steeds meer begeerte. In de mensenwereld is het ook vaak nooit genoeg; wanneer stop je? Wanneer neem je genoegen met wat je hebt?

Diepe lagen. Fijn het zo te bespreken. Ik zit een beetje met de misleiding van de kreeft naar de kraanvogel te worstelen.

Vormen van bewustzijn kwamen mooi terug in deze Jataka, van de Boomgod de Bodhisattva, de kreeft, de kraanvogel en de vissen. De kracht van eenzaamheid bij de kreeft, zelfstandig en bewust onderzoeken en keuzes maken raakte me.

De kreeft, bijzonder vanuit waar die de daad doet, vanuit wijsheid. De Jataka eindigt zo mooi met het ruisend woud!