Boeddhistische weerspiegelingen

Boeddhistische weerspiegelingen Auteur: Dorien Quik

Dit zijn stukjes tekst die u wellicht inspireren en die gekozen zijn uitIn relatie zijn met jezelf én de ander vanuit boeddhistisch perspectief‘.

 

 

 

 

 

 

 

 

In relatie zijn met jezelf, deel 1

Boeddhisme is een levensfilosofie. De leer is te herleiden naar Boeddha Shakyamuni die zo’n 2.500 jaar geleden werd geboren in Lumbini, het zuiden van Nepal. Op 35-jarige leeftijd bereikte Boeddha de verlichting, waarna hij nog ongeveer 45 jaar lang zijn filosofie onder de aandacht van vele mensen bracht, voornamelijk in Bihar en oostelijk Uttar Pradesh in India. De leer van de Boeddha verspreidde zich daarna in andere delen van India en Azië en werd rond de achtste eeuw na Christus in Tibet geïntroduceerd.
Het centrale punt in de leer van de Boeddha is het welzijn van levende wezens. Dit zijn de wezens die de Boeddhanatuur in zich hebben. Dit geldt in onze wereld voor mens en dier, alleen de mens in staat is zich weer bewust te worden van zijn oorspronkelijke natuur. Welzijn betekent dat we onze geestelijke vermogens (1) verbonden hebben met ons lichaam, zodat de geest zich door middel van het lichaam tot uitdrukking kan. We zijn in relatie met onszelf.

Het lichaam, de vorm of de materie, is slechts korte tijd op aarde aanwezig terwijl onze Boeddhanatuur, de geest, eeuwigdurend verder gaat. Het is daarom een uitdaging om het eindige met het oneindige te verbinden en vice versa. De psyche, zoals we dit in onze cultuur noemen, zou deze twee tegenstellingen met elkaar kunnen verbinden.
Toch gebruiken we onze psyche meestal om inzicht te krijgen in onze omstandigheden en daarmee te leren omgaan. Dit leidt echter niet tot innerlijke vrijheid maar tot een overlevingsstrategie waarmee we ons kunnen handhaven in ons huidige bestaan. Innerlijke vrijheid is in relatie zijn met jezelf. Het is een innerlijke kracht waar we op kunnen vertrouwen en op kunnen bouwen daar zijn fundament de kosmische wetmatigheid vertegenwoordigt. Hiervoor hebben we kennis nodig over de werking van de geest en zullen we de geest moeten trainen.

(1) Geestelijke vermogens: dat waarin we onze geest bewust getraind hebben zoals mededogen, liefde, gelukzaligheid.


In relatie zijn met jezelf, deel 2

De geest
Boeddha zegt in zijn leringen dat alles geest is en dat deze helder en kennend is. De geest is de creator van alle verschijnselen, zowel van de mentale zoals gedachten, ideeën en mentale objecten als van de niet-mentale objecten zoals het lichaam met zijn zintuigen. De geest zelf mist elke vorm, maar door zijn kracht ontstaat ieder verschijnsel of fenomeen. Hieruit volgt dat zowel een gedachte als een gesproken woord als een lichaam oorspronkelijk is ontstaan vanuit de absolute geest.

De geest is aan de ene kant eeuwigdurend en in die zin absoluut, en aan de andere kant is er de verandering in ieder moment en in die zin is hij relatief. Eeuwigdurend is eigenlijk zo’n abstract gegeven dat we ons hier niet echt een voorstelling van kunnen maken. De meest voor de hand liggende verduidelijking kan dan ook alleen maar zijn dat er geen begin en geen eind is. De relatieve geest daarentegen heeft een begin, een midden en een eind. Door de voortdurende beweging van energie is deze verandering waarneembaar en in veel gevallen zijn we ook in staat dit te ervaren. De absolute geest is onvergankelijk en onveranderlijk terwijl de relatieve geest vergankelijk en veranderlijk is. Door deze schijnbare tegenstellingen worden meestal onjuiste conclusies getrokken en worden ze met elkaar verward. Zo denken we vaak dat onze persoonlijkheid onveranderlijk is en dat deze voor altijd in herinnering bij onze directe familieleden aanwezig zal zijn. Hierdoor richten we onze energie op onze persoonlijkheid met de daarbij behorende buitenwereld en verwelkt onze binnenwereld.

Om de twee soorten geest niet door elkaar te halen wordt de absolute geest vaak voorgesteld als
een oceaan en de relatieve geest, de psyche, die vastgeklonken zit aan onze persoonlijkheid, als een golf. Deze metafoor zorgt ervoor dat we inzien dat de golf altijd terugkeert naar zijn oorsprong, gelijk de persoonlijkheid die altijd terug zal keren naar de absolute geest. Dit verduidelijkt meteen dat alles is ontstaan uit de absolute geest en dat bijvoorbeeld een gedachte of een persoon daaruit is voortgekomen en er uiteindelijk weer naar toe terugkeert.

Een andere metafoor die vaak gebruikt wordt als we mediteren is die van een moeder en een kind. De moeder is de absolute geest van waaruit alles ontstaat en dan is het kind de relatieve geest, de persoonlijkheid. De persoonlijkheid vergeet vaak zijn ontstaan uit de moeder waardoor het zijn gedachten, woorden en daden als iets eigens gaat beschouwen. Bovendien worden ze verheven tot iets absoluuts, iets eeuwigdurends, waar niemand anders aan mag komen. Dit zorgt voor een groot lijden omdat er niet één creatie eeuwigdurend hetzelfde zal blijven. Stel dat moeder en kind in iedere creatie samen zijn, dan zal er een ervaring van vreugde ontstaan. Deze houdt stand zowel bij het ontstaan van de creatie als bij het vergaan.
Dit is innerlijke vrijheid. Wordt vervolgd.

 


In relatie zijn met jezelf, deel 3

Relatie
We worden geboren uit een ouderpaar. Zijn ze vol liefde naar ons toe dan schenkt dit veel zelfvertrouwen en een gevoel van welkom zijn; een heerlijk begin van een leven op aarde. Als we wat ouder worden vormen we ons een idee over onze eigen positie binnen de context van ons ouderlijk huis. Valt deze goed uit dan gaan we vrolijk door het leven en bezien al onze levenservaringen luchtig. Is de uitkomst daarentegen teleurstellend dan bemerken we dat dit ons ons hele leven achtervolgt. Ons leven lijkt zo bepaald te zijn door onze afkomst en jeugd. Dit gegeven wordt binnen de boeddhistische filosofie vaak naar voren gebracht.

Er wordt gesteld dat de allereerste aanblik en de daarbij behorende ervaring van de moeder en van de vader alle verdere relaties in ons leven zullen beïnvloeden. Zo ook de relatie met onszelf.

Wat is een relatie en hoe komt deze tot stand?
Een relatie is als een spiegel waarin alles gereflecteerd wordt. Deze reflecties zijn alle fenomenen in hun beider hoedanigheden. Eenvoudig gesteld zouden we kunnen zeggen: het goed én het kwaad of de talenten én de tekortkomingen. We beschouwen ze vaak als tegenstellingen die elkaar bestrijden. Vandaar dat deze weerspiegelingen ons zodanig verwarren dat we besluiten om willekeurig aan iets uit de vele reflecties in onze geest aandacht te schenken. Sterker nog, we denken dat we dit zelf hebben bedacht en bepaald en koesteren het als een kostbaar bezit.
In relatie zijn met onszelf betekent dat we het pad naar binnen gaan. Dit gebeurt door meditatie, waarbij we de geest onderzoeken.
Als we mediteren worden we ons ineens bewust van de lawines van gedachten die in ieder moment aanwezig zijn. Door alle gedachten te beschouwen als trillingen van de hersenen of als energie die in contact komt met de hersenen waardoor een gedachte ontstaat, traint de mediterende zich om er niet één uit te pakken. Ze zijn gewoon aanwezig, het is een ervaren van hersenactiviteit; het is een reflectie van de geest. Dit leidt vaak tot een grote ontdekking: er is niet iemand die denkt. Er zijn oneindig veel gedachten aanwezig op aarde en soms worden deze opgemerkt in een brein.
Rond de jaren zeventig/tachtig van de vorige eeuw werd dit (her)ontdekt en werd de beïnvloeding daarvan op mens en dier een ‘morfologisch veld’ (2) genoemd.

Een gedachte
Door de vele gedachten die gewoon rondcirkelen in ons brein halen we er een paar uit. Wat we eruit halen is dat wat diep in onszelf al als een zaadje aanwezig is. Dus de gedachte is een reflectie van onze geest, waardoor we deze als een bevestiging van iets dat diep in onszelf aanwezig is beschouwen. Daarentegen zullen gedachten die niet aanwezig zijn in ons bewustzijn, langs ons heengaan. We merken ze niet op omdat er geen reflectie is.
Dit geeft veel inzicht.

De relatieve geest, de persoonlijkheid, maakt van een gedachte zijn bezit, zijn anker, en voedt de gedachte steeds opnieuw waardoor deze een kracht wordt. Dit wordt een conditionering die veiligheid schenkt en daardoor uiteindelijk het leven van de persoonlijkheid wordt. Zodra iemand met een idee komt dat indruist tegen een eigengemaakt denkpatroon worden we ogenblikkelijk kwaad en agressief. We verdedigen ons denkraam met hand en tand. Dit kost veel energie en uiteindelijk zal dit ook ten koste gaan van onze gezondheid. Verdedigen is uitputtend en schenkt geen voldoening. Natuurlijk is er even de kortstondige overwinningsroes als we denken de ander met onze argumenten te hebben overtroffen, maar het beklijft niet.

De willekeurigheid van onze eigen gemaakte gedachtestroom zorgt ervoor dat we niet in staat zijn om onszelf als een heelheid, als perfect en compleet te ervaren. Sterker nog, we voelen ons gefragmenteerd en weten niet waar onze kracht én onze beperkingen liggen. Over onze kracht hebben we nog wel een idee omdat we denken daar invloed mee te kunnen uitoefenen op onze omgeving. Deze kracht gebruiken we om ons een houding te geven en maken het tot ons visitekaartje. Daarnaast zetten we dezelfde kracht ook in om aandacht te vragen voor onze vermeende tekortkomingen. Meestal zijn dit niet onze echte beperkingen maar die eigenschappen die veel energie vanuit de omgeving opleveren. Onze werkelijke beperkingen of tekortkomingen willen we niet echt leren kennen waardoor we ze meestal overschreeuwen. Of we gooien ze meteen even op tafel zodat niemand anders ons ermee kan confronteren.

Al met al hebben we een leven gecreëerd dat bestaat uit willekeurige gedachten, ontstaan vanuit onze ouders en directe omgeving. Als we oprecht zijn hebben we hier eigenlijk niet veel voor hoeven doen; we zijn gewoon meegegaan met de stroom die we onszelf door omstandigheden hebben aangeleerd. Dit schenkt quasi veiligheid. Bovendien zorgt het ervoor dat we ons niet verder hoeven te ontwikkelen omdat we precies denken te weten hoe alles in elkaar steekt. Wordt vervolgd.

(2) Een morfogenetisch veld (vormscheppend veld) is een begrip uit de ontwikkelingsbiologie en duidt een groep cellen aan die gezamenlijk, onder invloed van lokaal actieve discrete signaalstoffen, een anatomische structuur zoals ledematen of organen vormen.
Dr. Rupert Sheldrake heeft een visie ontwikkeld die het begrip morfologische velden veel algemener maakt dan hiervoor beschreven. Deze door hem ‘morfische velden’ genoemde velden functioneren zonder signaalstoffen of via signalen maar direct. Hij geeft verklaringen met deze velden die niet beperkt worden tot één biologisch wezen. (Bron: Wikipedia).

 

Stichting Bodhisattva heeft toestemming van de redactie van maandblad Spiegelbeeld om deze tekst zelf te publiceren.