Nieuwe boeken

Op deze pagina vind u een korte beschrijving van nieuwe boeken, die voor onze bibliotheek zijn aangeschaft. Wij denken dat ze u zullen interesseren. Door lid te  worden van onze bibliotheek zijn deze boeken bij ons te leen.


Jezelf, een weg naar vrijheid

Boeddhisme ontdekken met zenleraar Cuong Lu
door Paula van Liere
Asoka 2016

In dit boek beschrijft Paula van Liere haar ervaringen met de leer van de Vietnamese zenleraar Cuong Lu. Het centrale thema van het boek is, dat we geloven dat lijden en geluk niet samengaan en dat we ons daardoor steeds afwenden van het lijden. Ook proberen we geluk vast te houden. Maar vasthouden is een activiteit van het denken. Zowel lijden als geluk bestaan, doven weer uit, en ontstaan opnieuw. De uitdoving van geluk geeft ruimte voor de manifestatie van nieuw geluk. Volgens Cuong Lu is dat het pad: “we oefenen in het herkennen van waar geluk, geluk dat altijd nieuw is.” Zijn we bereid om iedere dag geluk te ontdekken?
In een toegankelijke stijl schrijft Paula van Liere over haar persoonlijke strijd, o.a. in de relatie met haar moeder, en over haar leerproces, waardoor zij uiteindelijk het lijden volledig kan toelaten en met compassie naar zichzelf kan kijken. In de tien hoofdstukken van haar boek gaat ze o.a. in op ‘ik’ en ‘geen-ik’, ‘manas en het opslagbewustzijn’ en op angst als uitdaging.

In het hoofdstuk over leegte citeert ze Cuong Lu. In tegenstelling tot de westerse angst voor het niets, ziet Cuon Lu leegte als “onze oorsprong, onze thuisbasis, en vol energie.” Leegte geeft ruimte om transformatie mogelijk te maken. Paula van Liere besluit haar boek met de opmerking dat je iedere dag kunt oefenen “door goed voor de leegte te zorgen, door de ruimte in jezelf aan te raken.” Dan komen we “in contact met onze aangeboren goedheid, mededogen, wijsheid en dankbaarheid. Het is altijd beschikbaar en het is wat de wereld het allermeeste nodig heeft.”
Met bronvermeldingen van de citaten van o.a. Thich Nhat Hanh, A.H. Almaas, Pema Chödrön, Toon Tellegen en René Gude, en vier bijlagen over o.a. aandachtsoefeningen en de hartsoetra.


Oneindig afscheid
Ouder worden in het licht van het Tibetaans Boeddhisme

De in Nederland geboren (1946) en getogen auteur, behaalde in de V.S. een MA-graad in Tibetaans-boeddhistische filosofie en psychologie. Als autoriteit op dit gebied werkt Arnaud Maitland in de Verenigde Staten reeds vijfentwintig jaar nauw samen met de Tibetaanse lama Tarthang Tulku, weet hij de lezer te treffen en te verheffen door zijn uitzonderlijk heldere stijl en een uitermate begaafdheid om moeilijke zaken compact en begrijpelijk neer te zetten
Oneindig afscheid is een troostrijk, inzichtelijk en ontroerend boek over vergankelijkheid en het daaruit voortkomende grote en kleine verdriet. Als een rode draad door het boek loopt het levensverhaal van een moeder, een gezonde gelukkige vrouw die op latere leeftijd de ziekte van Alzheimer krijg en haar laatste jaren sleet in een verpleeghuis slijt. Alle emoties die bij een dergelijke aftakeling loskomen, hulpeloosheid, schuldgevoelens, woede, onbegrip, machteloosheid en angst worden in dit boek belicht aan de hand van diverse principes en methodes die het Tibetaans boeddhisme rijk is.
Alles draait om het ontwikkelen van het bewustzijn, zodat we leren om te leven zonder spijt. Oneindig afscheid laat zien hoe we aan elke situatie een positieve wending kunnen geven, ook in tijden van ziekte en ouderdom. Het boek is een oproep aan de lezer een spirituele dimensie te geven en zo het einde met wijsheid en vertrouwen tegemoet te treden.
Arnoud Maitland, Altamira 2004.

Alzheimer, veel mensen worden hier in hun leven mee geconfronteerd. Het begint met vergeetachtigheid, later gevoelens van angst, eenzaamheid en het gevoel de grip op het leven te verliezen. Ook voor de familieleden die getuige zijn van de gestage achteruitgang is dit een ingrijpend gebeuren. Eerst is er de ontkenning, maar op een gegeven moment, de acceptatie. De manier waarop Maitland omgaat met de dementie van zijn moeder vanuit de boeddhistische denkwijze is vol empathie en mededogen. Een prachtig geschreven boek waar ieder die Alzheimer meemaakt in zijn naaste omgeving iets aan kan hebben.

Bep Quispel
Bibliotheekgroep


De Psychologie van Jung en het Tibetaans Boeddhisme

Westerse en oosterse wegen naar het hart

Radmila Moacanin

Er is veel overeenkomst tussen de psychologie van Jung en het Tibetaans Boeddhisme. Dat zegt de schrijfster Radmila Moacanin.

Het boek geeft een heldere uiteenzetting van de grondbeginselen van het Boeddhisme en de verschillende stromingen daarbinnen, m.n. die van het vajrayana en tantrisme.
Volgens de Boeddhistische leer leven wij in een staat van onwetendheid, in een staat van lijden, samsara, onder de invloed van het ego, geleid door haat en begeerte. De leer toont iemand de oorzaken van dat lijden, en een manier om zich hiervan te bevrijden.

Jung zag het lijden bij zijn patiënten. In zijn psychologie werkt in ieder mens een Zelf, dat deel uitmaakt van een collectief bewustzijn dat zich manifesteert in gevoelens, beelden/dromen. Krijgt dit onderbewustzijn geen aandacht, dan ontstaat er een conflict met het ego, met psychische problemen als gevolg.
In het Boeddhisme is het de Boeddhanatuur, die in eenieder aanwezig is, en van nature helder, alwetend en meedogend is. Contact ermee, door meditatie, leidt tot inzicht en geluk. De rol van leraar is van iemand die de leerling inspireert en laat leren op basis van eigen ervaring.
Ook bij Jung ligt de oplossing in de bewustwording en integratie van het collectief onderbewustzijn. Dit heet bij Jung individuatie, en leidt, indien geslaagd, tot meer welzijn en geluk.
Jung kwam tot zijn inzichten op basis van zijn eigen ervaringen en hanteerde ook als therapeut dit uitgangspunt: de eigen ervaring van de patiënt om psychische conflicten op te lossen.
Aldus vertonen deze twee visies en methodes veel overeenkomst.
Beide zijn wegen naar het hart.
Jungs psychologie betekende een omwenteling in de benadering van geestes-zieken. Zijn psychologie van het collectief bewustzijn is evenwel op iedereen van toepassing, en sindsdien in vele vormen overgenomen in de moderne psychologie.
Het boeddhisme kent echter een algemenere benadering en meer uitgewerkte methode van onderzoek naar de werking van de geest, en gaat het doel, de verlichting, verderdan de genezing bij Jungs patiënten. Aldus de schrijfster.

Karnak, 1986, 140 pagina’s